NL: kooienDE: einsperren, einpferchen
EN: cage, encage
FR: encager, mettre en cage
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekooid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kooi jij kooit hij kooit wij kooien jullie kooien zij kooien
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekooid jij hebt gekooid hij heeft gekooid wij hebben gekooid jullie hebben gekooid zij hebben gekooid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kooide jij kooide hij kooide wij kooiden jullie kooiden zij kooiden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekooid jij had gekooid hij had gekooid wij hadden gekooid jullie hadden gekooid zij hadden gekooid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kooien jij zult kooien hij zal kooien wij zullen kooien jullie zullen kooien zij zullen kooien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekooid hebben jij zult gekooid hebben hij zal gekooid hebben wij zullen gekooid hebben jullie zullen gekooid hebben zij zullen gekooid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kooien jij zou kooien hij zou kooien wij zouden kooien jullie zouden kooien zij zouden kooien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekooid hebben jij zou gekooid hebben hij zou gekooid hebben wij zouden gekooid hebben jullie zouden gekooid hebben zij zouden gekooid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kooi
|