NL: koersenSynoniemen: aandelenkoersen, zeeroutes, zeewegen
DE: der anteilkursen, die kursnotierungen
EN: the rates, the stock exchange
ES: la cotizaciones, la cotizaciones de las acciones
FR: le cours
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekoerst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik koers jij koerst hij koerst wij koersen jullie koersen zij koersen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekoerst jij hebt gekoerst hij heeft gekoerst wij hebben gekoerst jullie hebben gekoerst zij hebben gekoerst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik koerste jij koerste hij koerste wij koersten jullie koersten zij koersten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekoerst jij had gekoerst hij had gekoerst wij hadden gekoerst jullie hadden gekoerst zij hadden gekoerst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal koersen jij zult koersen hij zal koersen wij zullen koersen jullie zullen koersen zij zullen koersen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekoerst hebben jij zult gekoerst hebben hij zal gekoerst hebben wij zullen gekoerst hebben jullie zullen gekoerst hebben zij zullen gekoerst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou koersen jij zou koersen hij zou koersen wij zouden koersen jullie zouden koersen zij zouden koersen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekoerst hebben jij zou gekoerst hebben hij zou gekoerst hebben wij zouden gekoerst hebben jullie zouden gekoerst hebben zij zouden gekoerst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
koers
|