NL: knipperenSynoniemen: knippen
DE: knipperen (met oogleden op en neer gaan): blinken, zwinkern, funken, flackern
EN: knipperen (met oogleden op en neer gaan): blink
ES: knipperen (met oogleden op en neer gaan): parpadear
FR: knipperen (met oogleden op en neer gaan): battre des cils, battre des paupières
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geknipperd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik knipper jij knippert hij knippert wij knipperen jullie knipperen zij knipperen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geknipperd jij hebt geknipperd hij heeft geknipperd wij hebben geknipperd jullie hebben geknipperd zij hebben geknipperd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik knipperde jij knipperde hij knipperde wij knipperden jullie knipperden zij knipperden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geknipperd jij had geknipperd hij had geknipperd wij hadden geknipperd jullie hadden geknipperd zij hadden geknipperd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal knipperen jij zult knipperen hij zal knipperen wij zullen knipperen jullie zullen knipperen zij zullen knipperen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geknipperd hebben jij zult geknipperd hebben hij zal geknipperd hebben wij zullen geknipperd hebben jullie zullen geknipperd hebben zij zullen geknipperd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou knipperen jij zou knipperen hij zou knipperen wij zouden knipperen jullie zouden knipperen zij zouden knipperen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geknipperd hebben jij zou geknipperd hebben hij zou geknipperd hebben wij zouden geknipperd hebben jullie zouden geknipperd hebben zij zouden geknipperd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
knipper
|