NL: knellenSynoniemen: drukken, omklemmen, vastklemmen, klemmen, vastknellen, vasthouden
DE: knellen (drukken): drücken, quetschen, knellen
EN: knellen (drukken): squeeze, pinch
ES: knellen (drukken): apretar
FR: knellen (drukken): appuyer, presser, serrer, faire pression, peser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekneld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik knel jij knelt hij knelt wij knellen jullie knellen zij knellen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekneld jij hebt gekneld hij heeft gekneld wij hebben gekneld jullie hebben gekneld zij hebben gekneld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik knelde jij knelde hij knelde wij knelden jullie knelden zij knelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekneld jij had gekneld hij had gekneld wij hadden gekneld jullie hadden gekneld zij hadden gekneld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal knellen jij zult knellen hij zal knellen wij zullen knellen jullie zullen knellen zij zullen knellen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekneld hebben jij zult gekneld hebben hij zal gekneld hebben wij zullen gekneld hebben jullie zullen gekneld hebben zij zullen gekneld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou knellen jij zou knellen hij zou knellen wij zouden knellen jullie zouden knellen zij zouden knellen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekneld hebben jij zou gekneld hebben hij zou gekneld hebben wij zouden gekneld hebben jullie zouden gekneld hebben zij zouden gekneld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
knel
|