NL: knedenSynoniemen: vormen, vervaardigen, modelleren, maken
DE: kneden (vormen): kneten, formen, bilden, gestalten, bearbeiten, modellieren, heranbilden
EN: kneden (vormen): form, mould, knead, model, shape, massage
ES: kneden (vormen): constituir, formar, dar masajes, masajear, amasar, dar forma, macerar, modelar
FR: kneden (vormen): former, façonner, mouler, modeler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekneed
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kneed jij kneedt hij kneedt wij kneden jullie kneden zij kneden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekneed jij hebt gekneed hij heeft gekneed wij hebben gekneed jullie hebben gekneed zij hebben gekneed
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kneedde jij kneedde hij kneedde wij kneedden jullie kneedden zij kneedden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekneed jij had gekneed hij had gekneed wij hadden gekneed jullie hadden gekneed zij hadden gekneed
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kneden jij zult kneden hij zal kneden wij zullen kneden jullie zullen kneden zij zullen kneden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekneed hebben jij zult gekneed hebben hij zal gekneed hebben wij zullen gekneed hebben jullie zullen gekneed hebben zij zullen gekneed hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kneden jij zou kneden hij zou kneden wij zouden kneden jullie zouden kneden zij zouden kneden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekneed hebben jij zou gekneed hebben hij zou gekneed hebben wij zouden gekneed hebben jullie zouden gekneed hebben zij zouden gekneed hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kneed
|