Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

knechten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: knechten

NL: knechten
DE: unterwerfen, unterdrücken, beherrschen, herrschen über, niederhalten, seinen Willen aufzwingen, tyrannisieren, unter dem Daumen halten, unter der Fuchtel halten, Vorschriften machen

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geknecht
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik knecht
jij knecht
hij knecht
wij knechten
jullie knechten
zij knechten
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geknecht
jij hebt geknecht
hij heeft geknecht
wij hebben geknecht
jullie hebben geknecht
zij hebben geknecht
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik knechtte
jij knechtte
hij knechtte
wij knechtten
jullie knechtten
zij knechtten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geknecht
jij had geknecht
hij had geknecht
wij hadden geknecht
jullie hadden geknecht
zij hadden geknecht
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal knechten
jij zult knechten
hij zal knechten
wij zullen knechten
jullie zullen knechten
zij zullen knechten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geknecht hebben
jij zult geknecht hebben
hij zal geknecht hebben
wij zullen geknecht hebben
jullie zullen geknecht hebben
zij zullen geknecht hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou knechten
jij zou knechten
hij zou knechten
wij zouden knechten
jullie zouden knechten
zij zouden knechten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geknecht hebben
jij zou geknecht hebben
hij zou geknecht hebben
wij zouden geknecht hebben
jullie zouden geknecht hebben
zij zouden geknecht hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
knecht


DE: knechten
Synoniemen: unterwerfen, unterdrücken, beherrschen, herrschen über, niederhalten, seinen Willen aufzwingen, tyrannisieren, unter dem Daumen halten, unter der Fuchtel halten, Vorschriften machen
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
geknechtet
knechtend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich knechte
du knechtest
er knechtet
wir knechten
ihr knechtet
sie; Sie knechten
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe geknechtet
du hast geknechtet
er hat geknechtet
wir haben geknechtet
ihr habt geknechtet
sie; Sie haben geknechtet
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich knechtete
du knechtetest
er knechtete
wir knechteten
ihr knechtetet
sie; Sie knechteten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte geknechtet
du hattest geknechtet
er hatte geknechtet
wir hatten geknechtet
ihr hattet geknechtet
sie; Sie hatten geknechtet
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde knechten
du wirst knechten
er wird knechten
wir werden knechten
ihr werdet knechten
sie; Sie werden knechten
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde geknechtet haben
du wirst geknechtet haben
er wird geknechtet haben
wir werden geknechtet haben
ihr werdet geknechtet haben
sie; Sie werden geknechtet haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich knechte
du knechtest
er knechte
wir knechten
ihr knechtet
sie; Sie knechten
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe geknechtet
du habest geknechtet
er habe geknechtet
wir haben geknechtet
ihr habet geknechtet
sie; Sie haben geknechtet
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich knechtete
du knechtetest
er knechtete
wir knechteten
ihr knechtetet
sie; Sie knechteten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte geknechtet
du hättest geknechtet
er hätte geknechtet
wir hätten geknechtet
ihr hättet geknechtet
sie; Sie hätten geknechtet
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde knechten
du würdest knechten
er würde knechten
wir würden knechten
ihr würdet knechten
sie; Sie würden knechten
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde geknechtet haben
du würdest geknechtet haben
er würde geknechtet haben
wir würden geknechtet haben
ihr würdet geknechtet haben
sie; Sie würden geknechtet haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du knechte

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/knechten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English