NL: klungelenSynoniemen: knoeien, morrelen, pielen, prutsen, stuntelen, klunzen, rondslenteren
DE: stümpern, pfuschen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geklungeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik klungel jij klungelt hij klungelt wij klungelen jullie klungelen zij klungelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geklungeld jij hebt geklungeld hij heeft geklungeld wij hebben geklungeld jullie hebben geklungeld zij hebben geklungeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik klungelde jij klungelde hij klungelde wij klungelden jullie klungelden zij klungelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geklungeld jij had geklungeld hij had geklungeld wij hadden geklungeld jullie hadden geklungeld zij hadden geklungeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal klungelen jij zult klungelen hij zal klungelen wij zullen klungelen jullie zullen klungelen zij zullen klungelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geklungeld hebben jij zult geklungeld hebben hij zal geklungeld hebben wij zullen geklungeld hebben jullie zullen geklungeld hebben zij zullen geklungeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou klungelen jij zou klungelen hij zou klungelen wij zouden klungelen jullie zouden klungelen zij zouden klungelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geklungeld hebben jij zou geklungeld hebben hij zou geklungeld hebben wij zouden geklungeld hebben jullie zouden geklungeld hebben zij zouden geklungeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
klungel
|