NL: kluizenSynoniemen: brandkasten, safes
DE: das Schließfächer, die Tresore, der Panzerschränke, der Stahlschränke
EN: the vaults, the safe-deposit boxes, the safes, the strongboxes
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekluisd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kluis jij kluist hij kluist wij kluizen jullie kluizen zij kluizen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekluisd jij hebt gekluisd hij heeft gekluisd wij hebben gekluisd jullie hebben gekluisd zij hebben gekluisd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kluisde jij kluisde hij kluisde wij kluisden jullie kluisden zij kluisden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekluisd jij had gekluisd hij had gekluisd wij hadden gekluisd jullie hadden gekluisd zij hadden gekluisd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kluizen jij zult kluizen hij zal kluizen wij zullen kluizen jullie zullen kluizen zij zullen kluizen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekluisd hebben jij zult gekluisd hebben hij zal gekluisd hebben wij zullen gekluisd hebben jullie zullen gekluisd hebben zij zullen gekluisd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kluizen jij zou kluizen hij zou kluizen wij zouden kluizen jullie zouden kluizen zij zouden kluizen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekluisd hebben jij zou gekluisd hebben hij zou gekluisd hebben wij zouden gekluisd hebben jullie zouden gekluisd hebben zij zouden gekluisd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kluis
|