NL: klovenSynoniemen: uiteensplijten, bergkloven, klieven, doorklieven, doorhouwen, doorhakken, spleten, splitsen, splijten
DE: die Klüfte, die Gebirgsschlüchte, die Schlünde
EN: the mountain cleaves
ES: el abismos
FR: la crevasse, le gouffres, la fentes
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekloofd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kloof jij klooft hij klooft wij kloven jullie kloven zij kloven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekloofd jij hebt gekloofd hij heeft gekloofd wij hebben gekloofd jullie hebben gekloofd zij hebben gekloofd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kloofde jij kloofde hij kloofde wij kloofden jullie kloofden zij kloofden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekloofd jij had gekloofd hij had gekloofd wij hadden gekloofd jullie hadden gekloofd zij hadden gekloofd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kloven jij zult kloven hij zal kloven wij zullen kloven jullie zullen kloven zij zullen kloven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekloofd hebben jij zult gekloofd hebben hij zal gekloofd hebben wij zullen gekloofd hebben jullie zullen gekloofd hebben zij zullen gekloofd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kloven jij zou kloven hij zou kloven wij zouden kloven jullie zouden kloven zij zouden kloven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekloofd hebben jij zou gekloofd hebben hij zou gekloofd hebben wij zouden gekloofd hebben jullie zouden gekloofd hebben zij zouden gekloofd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kloof
|