NL: kleurenSynoniemen: blozen, schilderen, tinten, gloeien
DE: die Farben
EN: the colours
ES: el colores
FR: la couleurs
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekleurd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kleur jij kleurt hij kleurt wij kleuren jullie kleuren zij kleuren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekleurd jij hebt gekleurd hij heeft gekleurd wij hebben gekleurd jullie hebben gekleurd zij hebben gekleurd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kleurde jij kleurde hij kleurde wij kleurden jullie kleurden zij kleurden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekleurd jij had gekleurd hij had gekleurd wij hadden gekleurd jullie hadden gekleurd zij hadden gekleurd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kleuren jij zult kleuren hij zal kleuren wij zullen kleuren jullie zullen kleuren zij zullen kleuren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekleurd hebben jij zult gekleurd hebben hij zal gekleurd hebben wij zullen gekleurd hebben jullie zullen gekleurd hebben zij zullen gekleurd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kleuren jij zou kleuren hij zou kleuren wij zouden kleuren jullie zouden kleuren zij zouden kleuren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekleurd hebben jij zou gekleurd hebben hij zou gekleurd hebben wij zouden gekleurd hebben jullie zouden gekleurd hebben zij zouden gekleurd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kleur
|