NL: kleinerenSynoniemen: denigreren, minimaliseren, vernederen
EN: belittle, disregard, humiliate, look down upon, treat with disregard, hold cheap, slight, scorn, treat unkindly, hold in contempt
ES: humillar, menospreciar, denigrar, tratar con menosprecio
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekleineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kleineer jij kleineert hij kleineert wij kleineren jullie kleineren zij kleineren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekleineerd jij hebt gekleineerd hij heeft gekleineerd wij hebben gekleineerd jullie hebben gekleineerd zij hebben gekleineerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kleineerde jij kleineerde hij kleineerde wij kleineerden jullie kleineerden zij kleineerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekleineerd jij had gekleineerd hij had gekleineerd wij hadden gekleineerd jullie hadden gekleineerd zij hadden gekleineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kleineren jij zult kleineren hij zal kleineren wij zullen kleineren jullie zullen kleineren zij zullen kleineren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekleineerd hebben jij zult gekleineerd hebben hij zal gekleineerd hebben wij zullen gekleineerd hebben jullie zullen gekleineerd hebben zij zullen gekleineerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kleineren jij zou kleineren hij zou kleineren wij zouden kleineren jullie zouden kleineren zij zouden kleineren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekleineerd hebben jij zou gekleineerd hebben hij zou gekleineerd hebben wij zouden gekleineerd hebben jullie zouden gekleineerd hebben zij zouden gekleineerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kleineer
|