NL: klauwenSynoniemen: grijpen, handen, verstrikken, vatten, vangen, pakken
DE: klauwen (grijpen): packen, greifen, fangen, fassen, kriegen, erfassen, festnehmen, verhaften, ergreifen, eingreifen, einpacken, erwischen, verwickeln, abfangen, überlisten
EN: klauwen (grijpen): catch, grab, seize, capture, trap, grip
ES: klauwen (grijpen): coger, prender, agarrar, atrapar
FR: klauwen (grijpen): prendre, entendre, saisir, attraper, prendre au piège, pincer, s'emparer de
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geklauwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik klauw jij klauwt hij klauwt wij klauwen jullie klauwen zij klauwen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geklauwd jij hebt geklauwd hij heeft geklauwd wij hebben geklauwd jullie hebben geklauwd zij hebben geklauwd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik klauwde jij klauwde hij klauwde wij klauwden jullie klauwden zij klauwden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geklauwd jij had geklauwd hij had geklauwd wij hadden geklauwd jullie hadden geklauwd zij hadden geklauwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal klauwen jij zult klauwen hij zal klauwen wij zullen klauwen jullie zullen klauwen zij zullen klauwen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geklauwd hebben jij zult geklauwd hebben hij zal geklauwd hebben wij zullen geklauwd hebben jullie zullen geklauwd hebben zij zullen geklauwd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou klauwen jij zou klauwen hij zou klauwen wij zouden klauwen jullie zouden klauwen zij zouden klauwen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geklauwd hebben jij zou geklauwd hebben hij zou geklauwd hebben wij zouden geklauwd hebben jullie zouden geklauwd hebben zij zouden geklauwd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
klauw
|