NL: klauterenSynoniemen: klimmen
DE: klettern, steigen
EN: clamber, scramble, shin, climb
ES: reventar, hurgar, sacar al azar, ir a galope tendido, coger a la arrebatiña, encaramarse a, trepar a
FR: grimper
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geklauterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik klauter jij klautert hij klautert wij klauteren jullie klauteren zij klauteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geklauterd jij hebt geklauterd hij heeft geklauterd wij hebben geklauterd jullie hebben geklauterd zij hebben geklauterd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik klauterde jij klauterde hij klauterde wij klauterden jullie klauterden zij klauterden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geklauterd jij had geklauterd hij had geklauterd wij hadden geklauterd jullie hadden geklauterd zij hadden geklauterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal klauteren jij zult klauteren hij zal klauteren wij zullen klauteren jullie zullen klauteren zij zullen klauteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geklauterd hebben jij zult geklauterd hebben hij zal geklauterd hebben wij zullen geklauterd hebben jullie zullen geklauterd hebben zij zullen geklauterd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou klauteren jij zou klauteren hij zou klauteren wij zouden klauteren jullie zouden klauteren zij zouden klauteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geklauterd hebben jij zou geklauterd hebben hij zou geklauterd hebben wij zouden geklauterd hebben jullie zouden geklauterd hebben zij zouden geklauterd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
klauter
|