Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

klagen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: klagen

NL: klagen
Synoniemen: jammeren, weeklagen, jeremiëren

DE: trauern, betrauern, jammern, lamentieren, wehklagen, beschuldigen, anklagen, anlasten, anschuldigen, bezichtigen, eine Anklage einreichen/erheben, eine Klage einreichen/erheben, verklagen, zur Last legen, nörgeln, murren, anmotzen, brummen, greinen, knur
EN: lament, wail, complain, make complaints

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geklaagd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik klaag
jij klaagt
hij klaagt
wij klagen
jullie klagen
zij klagen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geklaagd
jij hebt geklaagd
hij heeft geklaagd
wij hebben geklaagd
jullie hebben geklaagd
zij hebben geklaagd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik klaagde
jij klaagde
hij klaagde
wij klaagden
jullie klaagden
zij klaagden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geklaagd
jij had geklaagd
hij had geklaagd
wij hadden geklaagd
jullie hadden geklaagd
zij hadden geklaagd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal klagen
jij zult klagen
hij zal klagen
wij zullen klagen
jullie zullen klagen
zij zullen klagen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geklaagd hebben
jij zult geklaagd hebben
hij zal geklaagd hebben
wij zullen geklaagd hebben
jullie zullen geklaagd hebben
zij zullen geklaagd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou klagen
jij zou klagen
hij zou klagen
wij zouden klagen
jullie zouden klagen
zij zouden klagen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geklaagd hebben
jij zou geklaagd hebben
hij zou geklaagd hebben
wij zouden geklaagd hebben
jullie zouden geklaagd hebben
zij zouden geklaagd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
klaag


DE: klagen
Synoniemen: trauern, betrauern, jammern, lamentieren, wehklagen, beschuldigen, anklagen, anlasten, anschuldigen, bezichtigen, eine Anklage einreichen/erheben, eine Klage einreichen/erheben, verklagen, zur Last legen, nörgeln, murren, anmotzen, brummen, greinen, knur

NL: jammeren, weeklagen, jeremiëren
EN: lament, wail, complain, make complaints
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
geklagt
klagend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich klage
du klagst
er klagt
wir klagen
ihr klagt
sie; Sie klagen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich bin geklagt
du hast geklagt
er hat geklagt
wir haben geklagt
ihr habt geklagt
sie; Sie haben geklagt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich klagte
du klagtest
er klagte
wir klagten
ihr klagtet
sie; Sie klagten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich war geklagt
du hattest geklagt
er hatte geklagt
wir hatten geklagt
ihr hattet geklagt
sie; Sie hatten geklagt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde klagen
du wirst klagen
er wird klagen
wir werden klagen
ihr werdet klagen
sie; Sie werden klagen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde geklagt sein
du wirst geklagt haben
er wird geklagt haben
wir werden geklagt haben
ihr werdet geklagt haben
sie; Sie werden geklagt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich klage
du klagest
er klage
wir klagen
ihr klaget
sie; Sie klagen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich sei geklagt
du habest geklagt
er habe geklagt
wir haben geklagt
ihr habet geklagt
sie; Sie haben geklagt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich klagte
du klagtest
er klagte
wir klagten
ihr klagtet
sie; Sie klagten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte geklagt
du hättest geklagt
er hätte geklagt
wir hätten geklagt
ihr hättet geklagt
sie; Sie hätten geklagt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde klagen
du würdest klagen
er würde klagen
wir würden klagen
ihr würdet klagen
sie; Sie würden klagen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde geklagt sein
du würdest geklagt haben
er würde geklagt haben
wir würden geklagt haben
ihr würdet geklagt haben
sie; Sie würden geklagt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du klage

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/klagen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English