|
|
| |
klagen vervoegen
|
DE: klagen
NL: klagenSynoniemen: jammeren, weeklagen, jeremiëren
DE: trauern, betrauern, jammern, lamentieren, wehklagen, beschuldigen, anklagen, anlasten, anschuldigen, bezichtigen, eine Anklage einreichen/erheben, eine Klage einreichen/erheben, verklagen, zur Last legen, nörgeln, murren, anmotzen, brummen, greinen, knur EN: lament, wail, complain, make complaints U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
| | Voltooid deelwoord | | Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` | geklaagd
| | Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) | | Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. | ik klaag jij klaagt hij klaagt wij klagen jullie klagen zij klagen
| | Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) | | Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. | ik heb geklaagd jij hebt geklaagd hij heeft geklaagd wij hebben geklaagd jullie hebben geklaagd zij hebben geklaagd
| | Onvoltooid verleden tijd (ovt) | | Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. | ik klaagde jij klaagde hij klaagde wij klaagden jullie klaagden zij klaagden
| | Voltooid verleden tijd (vvt) | | wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. | ik had geklaagd jij had geklaagd hij had geklaagd wij hadden geklaagd jullie hadden geklaagd zij hadden geklaagd
| | Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) | | Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. | ik zal klagen jij zult klagen hij zal klagen wij zullen klagen jullie zullen klagen zij zullen klagen
| | Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) | | Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. | ik zal geklaagd hebben jij zult geklaagd hebben hij zal geklaagd hebben wij zullen geklaagd hebben jullie zullen geklaagd hebben zij zullen geklaagd hebben
| | Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) | | Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. | ik zou klagen jij zou klagen hij zou klagen wij zouden klagen jullie zouden klagen zij zouden klagen
| | Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) | | Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. | ik zou geklaagd hebben jij zou geklaagd hebben hij zou geklaagd hebben wij zouden geklaagd hebben jullie zouden geklaagd hebben zij zouden geklaagd hebben
| | Gebiedende wijs | | bv. `Ga weg!` | klaag
|
DE: klagenSynoniemen: trauern, betrauern, jammern, lamentieren, wehklagen, beschuldigen, anklagen, anlasten, anschuldigen, bezichtigen, eine Anklage einreichen/erheben, eine Klage einreichen/erheben, verklagen, zur Last legen, nörgeln, murren, anmotzen, brummen, greinen, knur
NL: jammeren, weeklagen, jeremiëren EN: lament, wail, complain, make complaints | Partizip Perfekt & Präsens | `Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II) `komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I) | geklagt klagend
| | Indikativ Präsens | | der Indikativ = aantonende wijs | ich klage du klagst er klagt wir klagen ihr klagt sie; Sie klagen
| | Indikativ Perfekt | | der Indikativ = aantonende wijs | ich bin geklagt du hast geklagt er hat geklagt wir haben geklagt ihr habt geklagt sie; Sie haben geklagt
| | Indikativ Präteritum | | der Indikativ = aantonende wijs | ich klagte du klagtest er klagte wir klagten ihr klagtet sie; Sie klagten
| | Indikativ Plusquamperfekt | | der Indikativ = aantonende wijs | ich war geklagt du hattest geklagt er hatte geklagt wir hatten geklagt ihr hattet geklagt sie; Sie hatten geklagt
| | Indikativ Futur I | | der Indikativ = aantonende wijs | ich werde klagen du wirst klagen er wird klagen wir werden klagen ihr werdet klagen sie; Sie werden klagen
| | Indikativ Futur II | | der Indikativ = aantonende wijs | ich werde geklagt sein du wirst geklagt haben er wird geklagt haben wir werden geklagt haben ihr werdet geklagt haben sie; Sie werden geklagt haben
| | Konjunktiv I Präsens | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich klage du klagest er klage wir klagen ihr klaget sie; Sie klagen
| | Konjunktiv I Perfekt | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich sei geklagt du habest geklagt er habe geklagt wir haben geklagt ihr habet geklagt sie; Sie haben geklagt
| | Konjunktiv II Präsens | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich klagte du klagtest er klagte wir klagten ihr klagtet sie; Sie klagten
| | Konjunktiv II Perfekt | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich hätte geklagt du hättest geklagt er hätte geklagt wir hätten geklagt ihr hättet geklagt sie; Sie hätten geklagt
| | Konjunktiv II Futur I | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich würde klagen du würdest klagen er würde klagen wir würden klagen ihr würdet klagen sie; Sie würden klagen
| | Konjunktiv II Futur II | | der Konjunktiv = aanvoegende wijs | ich würde geklagt sein du würdest geklagt haben er würde geklagt haben wir würden geklagt haben ihr würdet geklagt haben sie; Sie würden geklagt haben
| | der Imperativ | | der Imperativ = gebiedende wijs | du klage
|
Directe link naar deze pagina:http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/klagenWerkwoorden A tot (en met) Z
Nederlandse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Duitse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Engelse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Franse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Spaanse werkwoorden
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
|
Synoniemen
Vervoegen
Puzzelwoordenboek
Woorden.org
Encyclo.nl
|