NL: klaarkomenSynoniemen: ejaculeren
DE: klaarkomen (ejaculeren): abspritzen, ejakulieren
EN: klaarkomen (ejaculeren): ejaculate, come
ES: klaarkomen (ejaculeren): venir, ejacular
FR: klaarkomen (ejaculeren): parvenir, éjaculer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
klaargekomen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kom klaar jij komt klaar hij komt klaar wij komen klaar jullie komen klaar zij komen klaar
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben klaargekomen jij bent klaargekomen hij is klaargekomen wij zijn klaargekomen jullie zijn klaargekomen zij zijn klaargekomen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kwam klaar jij kwam klaar hij kwam klaar wij kwamen klaar jullie kwamen klaar zij kwamen klaar
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was klaargekomen jij was klaargekomen hij was klaargekomen wij waren klaargekomen jullie waren klaargekomen zij waren klaargekomen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal klaarkomen jij zult klaarkomen hij zal klaarkomen wij zullen klaarkomen jullie zullen klaarkomen zij zullen klaarkomen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal klaargekomen zijn jij zult klaargekomen zijn hij zal klaargekomen zijn wij zullen klaargekomen zijn jullie zullen klaargekomen zijn zij zullen klaargekomen zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou klaarkomen jij zou klaarkomen hij zou klaarkomen wij zouden klaarkomen jullie zouden klaarkomen zij zouden klaarkomen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou klaargekomen zijn jij zou klaargekomen zijn hij zou klaargekomen zijn wij zouden klaargekomen zijn jullie zouden klaargekomen zijn zij zouden klaargekomen zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kom klaar
|