NL: kistenSynoniemen: laarzen
DE: einsargen
EN: lay in the casket, lay in the coffin
FR: coffrer, mettre en bière
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekist
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kist jij kist hij kist wij kisten jullie kisten zij kisten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekist jij hebt gekist hij heeft gekist wij hebben gekist jullie hebben gekist zij hebben gekist
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kistte jij kistte hij kistte wij kistten jullie kistten zij kistten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekist jij had gekist hij had gekist wij hadden gekist jullie hadden gekist zij hadden gekist
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kisten jij zult kisten hij zal kisten wij zullen kisten jullie zullen kisten zij zullen kisten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekist hebben jij zult gekist hebben hij zal gekist hebben wij zullen gekist hebben jullie zullen gekist hebben zij zullen gekist hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kisten jij zou kisten hij zou kisten wij zouden kisten jullie zouden kisten zij zouden kisten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekist hebben jij zou gekist hebben hij zou gekist hebben wij zouden gekist hebben jullie zouden gekist hebben zij zouden gekist hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kist
|