NL: kijvenSynoniemen: bekvechten, twisten, ruziën, krakelen, kiften, uitvaren, kwaadspreken
EN: kijven (ruzie maken): quarrel, wrangle, bicker, make trouble, altercate
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kijf jij kijft hij kijft wij kijven jullie kijven zij kijven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekeven jij hebt gekeven hij heeft gekeven wij hebben gekeven jullie hebben gekeven zij hebben gekeven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik keef jij keef hij keef wij keven jullie keven zij keven
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekeven jij had gekeven hij had gekeven wij hadden gekeven jullie hadden gekeven zij hadden gekeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kijven jij zult kijven hij zal kijven wij zullen kijven jullie zullen kijven zij zullen kijven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekeven hebben jij zult gekeven hebben hij zal gekeven hebben wij zullen gekeven hebben jullie zullen gekeven hebben zij zullen gekeven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kijven jij zou kijven hij zou kijven wij zouden kijven jullie zouden kijven zij zouden kijven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekeven hebben jij zou gekeven hebben hij zou gekeven hebben wij zouden gekeven hebben jullie zouden gekeven hebben zij zouden gekeven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kijf
|