NL: ketenenSynoniemen: binden, boeien, kluisteren, knevels, kluisters
EN: shackle, chain, enchain
FR: saisir, joindre, enchaîner, prendre, lier, relier, ligoter, captiver, passer les menottes
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geketend
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik keten jij ketent hij ketent wij ketenen jullie ketenen zij ketenen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geketend jij hebt geketend hij heeft geketend wij hebben geketend jullie hebben geketend zij hebben geketend
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ketende jij ketende hij ketende wij ketenden jullie ketenden zij ketenden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geketend jij had geketend hij had geketend wij hadden geketend jullie hadden geketend zij hadden geketend
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ketenen jij zult ketenen hij zal ketenen wij zullen ketenen jullie zullen ketenen zij zullen ketenen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geketend hebben jij zult geketend hebben hij zal geketend hebben wij zullen geketend hebben jullie zullen geketend hebben zij zullen geketend hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ketenen jij zou ketenen hij zou ketenen wij zouden ketenen jullie zouden ketenen zij zouden ketenen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geketend hebben jij zou geketend hebben hij zou geketend hebben wij zouden geketend hebben jullie zouden geketend hebben zij zouden geketend hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
keten
|