NL: kermenSynoniemen: jammeren, kreunen, lamenteren
DE: wimmern, winseln
EN: yammer, whimper, lament, yack, whine, whinge
ES: lamentar, gemir
FR: gémir, geindre
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekermd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kerm jij kermt hij kermt wij kermen jullie kermen zij kermen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekermd jij hebt gekermd hij heeft gekermd wij hebben gekermd jullie hebben gekermd zij hebben gekermd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kermde jij kermde hij kermde wij kermden jullie kermden zij kermden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekermd jij had gekermd hij had gekermd wij hadden gekermd jullie hadden gekermd zij hadden gekermd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kermen jij zult kermen hij zal kermen wij zullen kermen jullie zullen kermen zij zullen kermen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekermd hebben jij zult gekermd hebben hij zal gekermd hebben wij zullen gekermd hebben jullie zullen gekermd hebben zij zullen gekermd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kermen jij zou kermen hij zou kermen wij zouden kermen jullie zouden kermen zij zouden kermen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekermd hebben jij zou gekermd hebben hij zou gekermd hebben wij zouden gekermd hebben jullie zouden gekermd hebben zij zouden gekermd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kerm
|