NL: kenschetsenSynoniemen: karakteriseren, kenmerken, typeren, tekenen
EN: characterize, define, depict, describe, mark
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekenschetst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kenschets jij kenschetst hij kenschetst wij kenschetsen jullie kenschetsen zij kenschetsen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekenschetst jij hebt gekenschetst hij heeft gekenschetst wij hebben gekenschetst jullie hebben gekenschetst zij hebben gekenschetst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kenschetste jij kenschetste hij kenschetste wij kenschetsten jullie kenschetsten zij kenschetsten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekenschetst jij had gekenschetst hij had gekenschetst wij hadden gekenschetst jullie hadden gekenschetst zij hadden gekenschetst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kenschetsen jij zult kenschetsen hij zal kenschetsen wij zullen kenschetsen jullie zullen kenschetsen zij zullen kenschetsen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekenschetst hebben jij zult gekenschetst hebben hij zal gekenschetst hebben wij zullen gekenschetst hebben jullie zullen gekenschetst hebben zij zullen gekenschetst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kenschetsen jij zou kenschetsen hij zou kenschetsen wij zouden kenschetsen jullie zouden kenschetsen zij zouden kenschetsen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekenschetst hebben jij zou gekenschetst hebben hij zou gekenschetst hebben wij zouden gekenschetst hebben jullie zouden gekenschetst hebben zij zouden gekenschetst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kenschets
|