NL: kennismakenDE: Bekanntschaft machen
EN: get acquainted with, be introduced, meet
ES: entrar en contacto, conocer a alguien
FR: faire la connaissance de
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
kennisgemaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik maak kennis jij maakt kennis hij maakt kennis wij maken kennis jullie maken kennis zij maken kennis
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb kennisgemaakt jij hebt kennisgemaakt hij heeft kennisgemaakt wij hebben kennisgemaakt jullie hebben kennisgemaakt zij hebben kennisgemaakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik maakte kennis jij maakte kennis hij maakte kennis wij maakten kennis jullie maakten kennis zij maakten kennis
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had kennisgemaakt jij had kennisgemaakt hij had kennisgemaakt wij hadden kennisgemaakt jullie hadden kennisgemaakt zij hadden kennisgemaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kennismaken jij zult kennismaken hij zal kennismaken wij zullen kennismaken jullie zullen kennismaken zij zullen kennismaken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal kennisgemaakt hebben jij zult kennisgemaakt hebben hij zal kennisgemaakt hebben wij zullen kennisgemaakt hebben jullie zullen kennisgemaakt hebben zij zullen kennisgemaakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kennismaken jij zou kennismaken hij zou kennismaken wij zouden kennismaken jullie zouden kennismaken zij zouden kennismaken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou kennisgemaakt hebben jij zou kennisgemaakt hebben hij zou kennisgemaakt hebben wij zouden kennisgemaakt hebben jullie zouden kennisgemaakt hebben zij zouden kennisgemaakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
maak kennis
|