NL: kattenSynoniemen: kritiseren, kraken, afkraken
DE: katten (kritiseren): heruntermachen, anprangern, kritisieren, bemäkeln, beanstanden, bemängeln
EN: katten (kritiseren): criticize, slate, run down, censure
ES: katten (kritiseren): chasquear, criticar, cascar, fraccionar, descifrar, desacreditar, craquear, criticar duramente
FR: katten (kritiseren): critiquer, éreinter, esquinter, lancer des piques à quelqu'un
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekat
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kat jij kat hij kat wij katten jullie katten zij katten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekat jij hebt gekat hij heeft gekat wij hebben gekat jullie hebben gekat zij hebben gekat
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik katte jij katte hij katte wij katten jullie katten zij katten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekat jij had gekat hij had gekat wij hadden gekat jullie hadden gekat zij hadden gekat
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal katten jij zult katten hij zal katten wij zullen katten jullie zullen katten zij zullen katten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekat hebben jij zult gekat hebben hij zal gekat hebben wij zullen gekat hebben jullie zullen gekat hebben zij zullen gekat hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou katten jij zou katten hij zou katten wij zouden katten jullie zouden katten zij zouden katten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekat hebben jij zou gekat hebben hij zou gekat hebben wij zouden gekat hebben jullie zouden gekat hebben zij zouden gekat hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kat
|