NL: katheteriseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekatheteriseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik katheteriseer jij katheteriseert hij katheteriseert wij katheteriseren jullie katheteriseren zij katheteriseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekatheteriseerd jij hebt gekatheteriseerd hij heeft gekatheteriseerd wij hebben gekatheteriseerd jullie hebben gekatheteriseerd zij hebben gekatheteriseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik katheteriseerde jij katheteriseerde hij katheteriseerde wij katheteriseerden jullie katheteriseerden zij katheteriseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekatheteriseerd jij had gekatheteriseerd hij had gekatheteriseerd wij hadden gekatheteriseerd jullie hadden gekatheteriseerd zij hadden gekatheteriseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal katheteriseren jij zult katheteriseren hij zal katheteriseren wij zullen katheteriseren jullie zullen katheteriseren zij zullen katheteriseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekatheteriseerd hebben jij zult gekatheteriseerd hebben hij zal gekatheteriseerd hebben wij zullen gekatheteriseerd hebben jullie zullen gekatheteriseerd hebben zij zullen gekatheteriseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou katheteriseren jij zou katheteriseren hij zou katheteriseren wij zouden katheteriseren jullie zouden katheteriseren zij zouden katheteriseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekatheteriseerd hebben jij zou gekatheteriseerd hebben hij zou gekatheteriseerd hebben wij zouden gekatheteriseerd hebben jullie zouden gekatheteriseerd hebben zij zouden gekatheteriseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
katheteriseer
|