NL: karakteriserenSynoniemen: getekend, kenmerken, kenschetsen, tekenen, typeren
EN: characterize, typify, mark
FR: caractériser, typer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekarakteriseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik karakteriseer jij karakteriseert hij karakteriseert wij karakteriseren jullie karakteriseren zij karakteriseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekarakteriseerd jij hebt gekarakteriseerd hij heeft gekarakteriseerd wij hebben gekarakteriseerd jullie hebben gekarakteriseerd zij hebben gekarakteriseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik karakteriseerde jij karakteriseerde hij karakteriseerde wij karakteriseerden jullie karakteriseerden zij karakteriseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekarakteriseerd jij had gekarakteriseerd hij had gekarakteriseerd wij hadden gekarakteriseerd jullie hadden gekarakteriseerd zij hadden gekarakteriseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal karakteriseren jij zult karakteriseren hij zal karakteriseren wij zullen karakteriseren jullie zullen karakteriseren zij zullen karakteriseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekarakteriseerd hebben jij zult gekarakteriseerd hebben hij zal gekarakteriseerd hebben wij zullen gekarakteriseerd hebben jullie zullen gekarakteriseerd hebben zij zullen gekarakteriseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou karakteriseren jij zou karakteriseren hij zou karakteriseren wij zouden karakteriseren jullie zouden karakteriseren zij zouden karakteriseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekarakteriseerd hebben jij zou gekarakteriseerd hebben hij zou gekarakteriseerd hebben wij zouden gekarakteriseerd hebben jullie zouden gekarakteriseerd hebben zij zouden gekarakteriseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
karakteriseer
|