NL: kanaliserenEN: canalize
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekanaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kanaliseer jij kanaliseert hij kanaliseert wij kanaliseren jullie kanaliseren zij kanaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekanaliseerd jij hebt gekanaliseerd hij heeft gekanaliseerd wij hebben gekanaliseerd jullie hebben gekanaliseerd zij hebben gekanaliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kanaliseerde jij kanaliseerde hij kanaliseerde wij kanaliseerden jullie kanaliseerden zij kanaliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekanaliseerd jij had gekanaliseerd hij had gekanaliseerd wij hadden gekanaliseerd jullie hadden gekanaliseerd zij hadden gekanaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kanaliseren jij zult kanaliseren hij zal kanaliseren wij zullen kanaliseren jullie zullen kanaliseren zij zullen kanaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekanaliseerd hebben jij zult gekanaliseerd hebben hij zal gekanaliseerd hebben wij zullen gekanaliseerd hebben jullie zullen gekanaliseerd hebben zij zullen gekanaliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kanaliseren jij zou kanaliseren hij zou kanaliseren wij zouden kanaliseren jullie zouden kanaliseren zij zouden kanaliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekanaliseerd hebben jij zou gekanaliseerd hebben hij zou gekanaliseerd hebben wij zouden gekanaliseerd hebben jullie zouden gekanaliseerd hebben zij zouden gekanaliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kanaliseer
|