Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

kamperen vervoegen




NL: kamperen
Synoniemen: tentslapen

DE: kampieren, zelten, lagern
EN: camp, camp out, encamp
ES: hacer camping
FR: faire du camping, camper

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gekampeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik kampeer
jij kampeert
hij kampeert
wij kamperen
jullie kamperen
zij kamperen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gekampeerd
jij hebt gekampeerd
hij heeft gekampeerd
wij hebben gekampeerd
jullie hebben gekampeerd
zij hebben gekampeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik kampeerde
jij kampeerde
hij kampeerde
wij kampeerden
jullie kampeerden
zij kampeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gekampeerd
jij had gekampeerd
hij had gekampeerd
wij hadden gekampeerd
jullie hadden gekampeerd
zij hadden gekampeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal kamperen
jij zult kamperen
hij zal kamperen
wij zullen kamperen
jullie zullen kamperen
zij zullen kamperen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gekampeerd hebben
jij zult gekampeerd hebben
hij zal gekampeerd hebben
wij zullen gekampeerd hebben
jullie zullen gekampeerd hebben
zij zullen gekampeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou kamperen
jij zou kamperen
hij zou kamperen
wij zouden kamperen
jullie zouden kamperen
zij zouden kamperen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gekampeerd hebben
jij zou gekampeerd hebben
hij zou gekampeerd hebben
wij zouden gekampeerd hebben
jullie zouden gekampeerd hebben
zij zouden gekampeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
kampeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/kamperen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald