NL: kammenDE: kämmen
EN: comb, go through with a fine-tooth comb
ES: peinar
FR: peigner
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekamd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kam jij kamt hij kamt wij kammen jullie kammen zij kammen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekamd jij hebt gekamd hij heeft gekamd wij hebben gekamd jullie hebben gekamd zij hebben gekamd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kamde jij kamde hij kamde wij kamden jullie kamden zij kamden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekamd jij had gekamd hij had gekamd wij hadden gekamd jullie hadden gekamd zij hadden gekamd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kammen jij zult kammen hij zal kammen wij zullen kammen jullie zullen kammen zij zullen kammen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekamd hebben jij zult gekamd hebben hij zal gekamd hebben wij zullen gekamd hebben jullie zullen gekamd hebben zij zullen gekamd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kammen jij zou kammen hij zou kammen wij zouden kammen jullie zouden kammen zij zouden kammen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekamd hebben jij zou gekamd hebben hij zou gekamd hebben wij zouden gekamd hebben jullie zouden gekamd hebben zij zouden gekamd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kam
|