Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

kalanderen vervoegen




NL: kalanderen

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gekalanderd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik kalander
jij kalandert
hij kalandert
wij kalanderen
jullie kalanderen
zij kalanderen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gekalanderd
jij hebt gekalanderd
hij heeft gekalanderd
wij hebben gekalanderd
jullie hebben gekalanderd
zij hebben gekalanderd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik kalanderde
jij kalanderde
hij kalanderde
wij kalanderden
jullie kalanderden
zij kalanderden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gekalanderd
jij had gekalanderd
hij had gekalanderd
wij hadden gekalanderd
jullie hadden gekalanderd
zij hadden gekalanderd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal kalanderen
jij zult kalanderen
hij zal kalanderen
wij zullen kalanderen
jullie zullen kalanderen
zij zullen kalanderen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gekalanderd hebben
jij zult gekalanderd hebben
hij zal gekalanderd hebben
wij zullen gekalanderd hebben
jullie zullen gekalanderd hebben
zij zullen gekalanderd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou kalanderen
jij zou kalanderen
hij zou kalanderen
wij zouden kalanderen
jullie zouden kalanderen
zij zouden kalanderen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gekalanderd hebben
jij zou gekalanderd hebben
hij zou gekalanderd hebben
wij zouden gekalanderd hebben
jullie zouden gekalanderd hebben
zij zouden gekalanderd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
kalander

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/kalanderen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald