NL: kaftenSynoniemen: omslagen, boekomslagen
EN: cover
FR: couvrir
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekaft
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kaft jij kaft hij kaft wij kaften jullie kaften zij kaften
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekaft jij hebt gekaft hij heeft gekaft wij hebben gekaft jullie hebben gekaft zij hebben gekaft
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kaftte jij kaftte hij kaftte wij kaftten jullie kaftten zij kaftten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekaft jij had gekaft hij had gekaft wij hadden gekaft jullie hadden gekaft zij hadden gekaft
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kaften jij zult kaften hij zal kaften wij zullen kaften jullie zullen kaften zij zullen kaften
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekaft hebben jij zult gekaft hebben hij zal gekaft hebben wij zullen gekaft hebben jullie zullen gekaft hebben zij zullen gekaft hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kaften jij zou kaften hij zou kaften wij zouden kaften jullie zouden kaften zij zouden kaften
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekaft hebben jij zou gekaft hebben hij zou gekaft hebben wij zouden gekaft hebben jullie zouden gekaft hebben zij zouden gekaft hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kaft
|