NL: kaartenSynoniemen: kaartspel
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekaart
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kaart jij kaart hij kaart wij kaarten jullie kaarten zij kaarten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekaart jij hebt gekaart hij heeft gekaart wij hebben gekaart jullie hebben gekaart zij hebben gekaart
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kaartte jij kaartte hij kaartte wij kaartten jullie kaartten zij kaartten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekaart jij had gekaart hij had gekaart wij hadden gekaart jullie hadden gekaart zij hadden gekaart
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kaarten jij zult kaarten hij zal kaarten wij zullen kaarten jullie zullen kaarten zij zullen kaarten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekaart hebben jij zult gekaart hebben hij zal gekaart hebben wij zullen gekaart hebben jullie zullen gekaart hebben zij zullen gekaart hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kaarten jij zou kaarten hij zou kaarten wij zouden kaarten jullie zouden kaarten zij zouden kaarten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekaart hebben jij zou gekaart hebben hij zou gekaart hebben wij zouden gekaart hebben jullie zouden gekaart hebben zij zouden gekaart hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kaart
|