NL: judiceren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gejudiceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik judiceer jij judiceert hij judiceert wij judiceren jullie judiceren zij judiceren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gejudiceerd jij hebt gejudiceerd hij heeft gejudiceerd wij hebben gejudiceerd jullie hebben gejudiceerd zij hebben gejudiceerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik judiceerde jij judiceerde hij judiceerde wij judiceerden jullie judiceerden zij judiceerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gejudiceerd jij had gejudiceerd hij had gejudiceerd wij hadden gejudiceerd jullie hadden gejudiceerd zij hadden gejudiceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal judiceren jij zult judiceren hij zal judiceren wij zullen judiceren jullie zullen judiceren zij zullen judiceren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gejudiceerd hebben jij zult gejudiceerd hebben hij zal gejudiceerd hebben wij zullen gejudiceerd hebben jullie zullen gejudiceerd hebben zij zullen gejudiceerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou judiceren jij zou judiceren hij zou judiceren wij zouden judiceren jullie zouden judiceren zij zouden judiceren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gejudiceerd hebben jij zou gejudiceerd hebben hij zou gejudiceerd hebben wij zouden gejudiceerd hebben jullie zouden gejudiceerd hebben zij zouden gejudiceerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
judiceer
|