Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

judiceren vervoegen




NL: judiceren

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gejudiceerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik judiceer
jij judiceert
hij judiceert
wij judiceren
jullie judiceren
zij judiceren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gejudiceerd
jij hebt gejudiceerd
hij heeft gejudiceerd
wij hebben gejudiceerd
jullie hebben gejudiceerd
zij hebben gejudiceerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik judiceerde
jij judiceerde
hij judiceerde
wij judiceerden
jullie judiceerden
zij judiceerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gejudiceerd
jij had gejudiceerd
hij had gejudiceerd
wij hadden gejudiceerd
jullie hadden gejudiceerd
zij hadden gejudiceerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal judiceren
jij zult judiceren
hij zal judiceren
wij zullen judiceren
jullie zullen judiceren
zij zullen judiceren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gejudiceerd hebben
jij zult gejudiceerd hebben
hij zal gejudiceerd hebben
wij zullen gejudiceerd hebben
jullie zullen gejudiceerd hebben
zij zullen gejudiceerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou judiceren
jij zou judiceren
hij zou judiceren
wij zouden judiceren
jullie zouden judiceren
zij zouden judiceren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gejudiceerd hebben
jij zou gejudiceerd hebben
hij zou gejudiceerd hebben
wij zouden gejudiceerd hebben
jullie zouden gejudiceerd hebben
zij zouden gejudiceerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
judiceer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/judiceren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald