NL: judassen U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gejudast
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik judas jij judast hij judast wij judassen jullie judassen zij judassen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gejudast jij hebt gejudast hij heeft gejudast wij hebben gejudast jullie hebben gejudast zij hebben gejudast
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik judaste jij judaste hij judaste wij judasten jullie judasten zij judasten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gejudast jij had gejudast hij had gejudast wij hadden gejudast jullie hadden gejudast zij hadden gejudast
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal judassen jij zult judassen hij zal judassen wij zullen judassen jullie zullen judassen zij zullen judassen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gejudast hebben jij zult gejudast hebben hij zal gejudast hebben wij zullen gejudast hebben jullie zullen gejudast hebben zij zullen gejudast hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou judassen jij zou judassen hij zou judassen wij zouden judassen jullie zouden judassen zij zouden judassen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gejudast hebben jij zou gejudast hebben hij zou gejudast hebben wij zouden gejudast hebben jullie zouden gejudast hebben zij zouden gejudast hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
judas
|