NL: jongenSynoniemen: werpen, baas, kind, rakker, zoon, bink, gozer, welp, kwajongen
DE: Junge werfen, Junge bekommen
EN: drop young, produce young, give birth
ES: parir, traer al mundo
FR: mettre bas, faire des petits
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gejongd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik jong jij jongt hij jongt wij jongen jullie jongen zij jongen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gejongd jij hebt gejongd hij heeft gejongd wij hebben gejongd jullie hebben gejongd zij hebben gejongd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik jongde jij jongde hij jongde wij jongden jullie jongden zij jongden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gejongd jij had gejongd hij had gejongd wij hadden gejongd jullie hadden gejongd zij hadden gejongd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal jongen jij zult jongen hij zal jongen wij zullen jongen jullie zullen jongen zij zullen jongen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gejongd hebben jij zult gejongd hebben hij zal gejongd hebben wij zullen gejongd hebben jullie zullen gejongd hebben zij zullen gejongd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou jongen jij zou jongen hij zou jongen wij zouden jongen jullie zouden jongen zij zouden jongen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gejongd hebben jij zou gejongd hebben hij zou gejongd hebben wij zouden gejongd hebben jullie zouden gejongd hebben zij zouden gejongd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
jong
|