NL: jonassen U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gejonast
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik jonas jij jonast hij jonast wij jonassen jullie jonassen zij jonassen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gejonast jij hebt gejonast hij heeft gejonast wij hebben gejonast jullie hebben gejonast zij hebben gejonast
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik jonaste jij jonaste hij jonaste wij jonasten jullie jonasten zij jonasten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gejonast jij had gejonast hij had gejonast wij hadden gejonast jullie hadden gejonast zij hadden gejonast
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal jonassen jij zult jonassen hij zal jonassen wij zullen jonassen jullie zullen jonassen zij zullen jonassen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gejonast hebben jij zult gejonast hebben hij zal gejonast hebben wij zullen gejonast hebben jullie zullen gejonast hebben zij zullen gejonast hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou jonassen jij zou jonassen hij zou jonassen wij zouden jonassen jullie zouden jonassen zij zouden jonassen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gejonast hebben jij zou gejonast hebben hij zou gejonast hebben wij zouden gejonast hebben jullie zouden gejonast hebben zij zouden gejonast hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
jonas
|