NL: jokkenSynoniemen: liegen
DE: jokken (liegen): lügen, schwindeln
EN: jokken (liegen): lie, fib
ES: jokken (liegen): mentir, contar un cuento chino, tomar el pelo
FR: jokken (liegen): mentir, fabuler, inventer des histoires, raconter des histoires
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gejokt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik jok jij jokt hij jokt wij jokken jullie jokken zij jokken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gejokt jij hebt gejokt hij heeft gejokt wij hebben gejokt jullie hebben gejokt zij hebben gejokt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik jokte jij jokte hij jokte wij jokten jullie jokten zij jokten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gejokt jij had gejokt hij had gejokt wij hadden gejokt jullie hadden gejokt zij hadden gejokt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal jokken jij zult jokken hij zal jokken wij zullen jokken jullie zullen jokken zij zullen jokken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gejokt hebben jij zult gejokt hebben hij zal gejokt hebben wij zullen gejokt hebben jullie zullen gejokt hebben zij zullen gejokt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou jokken jij zou jokken hij zou jokken wij zouden jokken jullie zouden jokken zij zouden jokken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gejokt hebben jij zou gejokt hebben hij zou gejokt hebben wij zouden gejokt hebben jullie zouden gejokt hebben zij zouden gejokt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
jok
|