NL: jiven U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gejived
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik jive jij jivet hij jivet wij jiven jullie jiven zij jiven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gejived jij hebt gejived hij heeft gejived wij hebben gejived jullie hebben gejived zij hebben gejived
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik jivede jij jivede hij jivede wij jiveden jullie jiveden zij jiveden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gejived jij had gejived hij had gejived wij hadden gejived jullie hadden gejived zij hadden gejived
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal jiven jij zult jiven hij zal jiven wij zullen jiven jullie zullen jiven zij zullen jiven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gejived hebben jij zult gejived hebben hij zal gejived hebben wij zullen gejived hebben jullie zullen gejived hebben zij zullen gejived hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou jiven jij zou jiven hij zou jiven wij zouden jiven jullie zouden jiven zij zouden jiven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gejived hebben jij zou gejived hebben hij zou gejived hebben wij zouden gejived hebben jullie zouden gejived hebben zij zouden gejived hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
jive
|