Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

Synoniemen: kriebelen

DE: jucken, kitzeln, kribbeln, krabbeln
EN: tickle, itch, titillate
ES: sentir comezón
FR: démanger


NL: jeuken

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
gejeukt

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik jeuk
jij jeukt
hij jeukt
wij jeuken
jullie jeuken
zij jeuken

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gejeukt
jij hebt gejeukt
hij heeft gejeukt
wij hebben gejeukt
jullie hebben gejeukt
zij hebben gejeukt

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik jeukte
jij jeukte
hij jeukte
wij jeukten
jullie jeukten
zij jeukten

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gejeukt
jij had gejeukt
hij had gejeukt
wij hadden gejeukt
jullie hadden gejeukt
zij hadden gejeukt

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal jeuken
jij zult jeuken
hij zal jeuken
wij zullen jeuken
jullie zullen jeuken
zij zullen jeuken

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gejeukt hebben
jij zult gejeukt hebben
hij zal gejeukt hebben
wij zullen gejeukt hebben
jullie zullen gejeukt hebben
zij zullen gejeukt hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou jeuken
jij zou jeuken
hij zou jeuken
wij zouden jeuken
jullie zouden jeuken
zij zouden jeuken

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gejeukt hebben
jij zou gejeukt hebben
hij zou gejeukt hebben
wij zouden gejeukt hebben
jullie zouden gejeukt hebben
zij zouden gejeukt hebben

Gebiedende wijs
jeuk


Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden