NL: jattenSynoniemen: gappen, ontvreemden, stelen, wegkapen, handen, snaaien, pikken, grissen, grijpen, graaien, wegpikken, vervreemden, verdonkeremanen, inpikken, achteroverdrukken, wegfutselen, verduisteren, achterhouden
DE: jatten (ontvreemden): stehlen, klauen, wegschnappen, rauben
EN: jatten (ontvreemden): steal, snitch, nick, pinch, swipe, pilfer
ES: jatten (ontvreemden): robar, birlar, hurtar, llevarse con el pico, arrebatar, mangar, mangar a
FR: jatten (ontvreemden): voler, dérober, piquer, chiper, subtiliser
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gejat
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik jat jij jat hij jat wij jatten jullie jatten zij jatten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gejat jij hebt gejat hij heeft gejat wij hebben gejat jullie hebben gejat zij hebben gejat
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik jatte jij jatte hij jatte wij jatten jullie jatten zij jatten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gejat jij had gejat hij had gejat wij hadden gejat jullie hadden gejat zij hadden gejat
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal jatten jij zult jatten hij zal jatten wij zullen jatten jullie zullen jatten zij zullen jatten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gejat hebben jij zult gejat hebben hij zal gejat hebben wij zullen gejat hebben jullie zullen gejat hebben zij zullen gejat hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou jatten jij zou jatten hij zou jatten wij zouden jatten jullie zouden jatten zij zouden jatten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gejat hebben jij zou gejat hebben hij zou gejat hebben wij zouden gejat hebben jullie zouden gejat hebben zij zouden gejat hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
jat
|