Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

jakkeren vervoegen




NL: jakkeren
Synoniemen: drijven, jachten, reppen, spoeden, vliegen, snellen, opschieten, jagen, ijlen

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gejakkerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik jakker
jij jakkert
hij jakkert
wij jakkeren
jullie jakkeren
zij jakkeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gejakkerd
jij hebt gejakkerd
hij heeft gejakkerd
wij hebben gejakkerd
jullie hebben gejakkerd
zij hebben gejakkerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik jakkerde
jij jakkerde
hij jakkerde
wij jakkerden
jullie jakkerden
zij jakkerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gejakkerd
jij had gejakkerd
hij had gejakkerd
wij hadden gejakkerd
jullie hadden gejakkerd
zij hadden gejakkerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal jakkeren
jij zult jakkeren
hij zal jakkeren
wij zullen jakkeren
jullie zullen jakkeren
zij zullen jakkeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gejakkerd hebben
jij zult gejakkerd hebben
hij zal gejakkerd hebben
wij zullen gejakkerd hebben
jullie zullen gejakkerd hebben
zij zullen gejakkerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou jakkeren
jij zou jakkeren
hij zou jakkeren
wij zouden jakkeren
jullie zouden jakkeren
zij zouden jakkeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gejakkerd hebben
jij zou gejakkerd hebben
hij zou gejakkerd hebben
wij zouden gejakkerd hebben
jullie zouden gejakkerd hebben
zij zouden gejakkerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
jakker

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/jakkeren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald