NL: isolerenSynoniemen: afschermen, afzonderen, afsluiten, afsplitsen, afscheiden, opsluiten, interneren
DE: isoleren (afzijdig stellen): abseits stellen
EN: isoleren (afzijdig stellen): isolate
ES: isoleren (afzijdig stellen): aislar, inhibirse
FR: isoleren (afzijdig stellen): isoler, réserver son opinion, rester neutre
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïsoleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik isoleer jij isoleert hij isoleert wij isoleren jullie isoleren zij isoleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïsoleerd jij hebt geïsoleerd hij heeft geïsoleerd wij hebben geïsoleerd jullie hebben geïsoleerd zij hebben geïsoleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik isoleerde jij isoleerde hij isoleerde wij isoleerden jullie isoleerden zij isoleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïsoleerd jij had geïsoleerd hij had geïsoleerd wij hadden geïsoleerd jullie hadden geïsoleerd zij hadden geïsoleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal isoleren jij zult isoleren hij zal isoleren wij zullen isoleren jullie zullen isoleren zij zullen isoleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïsoleerd hebben jij zult geïsoleerd hebben hij zal geïsoleerd hebben wij zullen geïsoleerd hebben jullie zullen geïsoleerd hebben zij zullen geïsoleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou isoleren jij zou isoleren hij zou isoleren wij zouden isoleren jullie zouden isoleren zij zouden isoleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïsoleerd hebben jij zou geïsoleerd hebben hij zou geïsoleerd hebben wij zouden geïsoleerd hebben jullie zouden geïsoleerd hebben zij zouden geïsoleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
isoleer
|