Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

irrigeren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: irrigeren
Synoniemen: bevloeien

EN: irrigate, water

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geïrrigeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik irrigeer
jij irrigeert
hij irrigeert
wij irrigeren
jullie irrigeren
zij irrigeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geïrrigeerd
jij hebt geïrrigeerd
hij heeft geïrrigeerd
wij hebben geïrrigeerd
jullie hebben geïrrigeerd
zij hebben geïrrigeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik irrigeerde
jij irrigeerde
hij irrigeerde
wij irrigeerden
jullie irrigeerden
zij irrigeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geïrrigeerd
jij had geïrrigeerd
hij had geïrrigeerd
wij hadden geïrrigeerd
jullie hadden geïrrigeerd
zij hadden geïrrigeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal irrigeren
jij zult irrigeren
hij zal irrigeren
wij zullen irrigeren
jullie zullen irrigeren
zij zullen irrigeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geïrrigeerd hebben
jij zult geïrrigeerd hebben
hij zal geïrrigeerd hebben
wij zullen geïrrigeerd hebben
jullie zullen geïrrigeerd hebben
zij zullen geïrrigeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou irrigeren
jij zou irrigeren
hij zou irrigeren
wij zouden irrigeren
jullie zouden irrigeren
zij zouden irrigeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geïrrigeerd hebben
jij zou geïrrigeerd hebben
hij zou geïrrigeerd hebben
wij zouden geïrrigeerd hebben
jullie zouden geïrrigeerd hebben
zij zouden geïrrigeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
irrigeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/irrigeren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English