FR: ioder| Participe Passé |
|
iodé
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je iode tu iodes il; elle iode nous iodons vous iodez ils; elles iodent
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai iodé tu as iodé il; elle a iodé nous avons iodé vous avez iodé ils; elles ont iodé
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
j`iodais tu iodais il; elle iodait nous iodions vous iodiez ils; elles iodaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais iodé tu avais iodé il; elle avait iodé nous avions iodé vous aviez iodé ils; elles avaient iodé
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
j`iodai tu iodas il; elle ioda nous iodâmes vous iodâtes ils; elles iodèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus iodé tu eus iodé il; elle eut iodé nous eûmes iodé vous eûtes iodé ils; elles eurent iodé
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
j`ioderai tu ioderas il; elle iodera nous ioderons vous ioderez ils; elles ioderont
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai iodé tu auras iodé il; elle aura iodé nous aurons iodé vous aurez iodé ils; elles auront iodé
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
j`iode tu iodes il; elle iode nous iodions vous iodiez ils; elles iodent
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie iodé tu aies iodé il; elle ait iodé nous ayons iodé vous ayez iodé ils; elles aient iodé
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
j`iodasse tu iodasses il; elle iodât nous iodassions vous iodassiez ils; elles iodassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse iodé tu eusses iodé il; elle eût iodé nous eussions iodé vous eussiez iodé ils; elles eussent iodé
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
j`ioderais tu ioderais il; elle ioderait nous ioderions vous ioderiez ils; elles ioderaient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais iodé tu aurais iodé il; elle aurait iodé nous aurions iodé vous auriez iodé ils; elles auraient iodé
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) iode, (nous) iodons (vous) iodez
|