NL: inzienSynoniemen: begrijpen, bekijken, beoordelen, beseffen, inkijken, snappen, realiseren, onderkennen, doorzien
DE: inzien (beseffen): realisieren, einsehen, fassen, verstehen, erkennen, begreifen, kapieren, durchschauen
EN: inzien (beseffen): realize, contain, grasp, get to know, hold
ES: inzien (beseffen): darse cuenta de, comprender, reconocer, entender, concebir, distinguir, calar
FR: inzien (beseffen): concevoir, se rendre compte, entendre, percevoir, reconnaître, saisir, percer, voir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingezien
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zie in jij ziet in hij ziet in wij zien in jullie zien in zij zien in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingezien jij hebt ingezien hij heeft ingezien wij hebben ingezien jullie hebben ingezien zij hebben ingezien
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zag in jij zag in hij zag in wij zagen in jullie zagen in zij zagen in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingezien jij had ingezien hij had ingezien wij hadden ingezien jullie hadden ingezien zij hadden ingezien
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inzien jij zult inzien hij zal inzien wij zullen inzien jullie zullen inzien zij zullen inzien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingezien hebben jij zult ingezien hebben hij zal ingezien hebben wij zullen ingezien hebben jullie zullen ingezien hebben zij zullen ingezien hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inzien jij zou inzien hij zou inzien wij zouden inzien jullie zouden inzien zij zouden inzien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingezien hebben jij zou ingezien hebben hij zou ingezien hebben wij zouden ingezien hebben jullie zouden ingezien hebben zij zouden ingezien hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zie in
|