NL: inzendenSynoniemen: indienen, insturen
EN: send in, contribute, enter
FR: envoyer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingezonden
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zend in jij zendt in hij zendt in wij zenden in jullie zenden in zij zenden in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingezonden jij hebt ingezonden hij heeft ingezonden wij hebben ingezonden jullie hebben ingezonden zij hebben ingezonden
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zond in jij zond in hij zond in wij zonden in jullie zonden in zij zonden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingezonden jij had ingezonden hij had ingezonden wij hadden ingezonden jullie hadden ingezonden zij hadden ingezonden
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inzenden jij zult inzenden hij zal inzenden wij zullen inzenden jullie zullen inzenden zij zullen inzenden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingezonden hebben jij zult ingezonden hebben hij zal ingezonden hebben wij zullen ingezonden hebben jullie zullen ingezonden hebben zij zullen ingezonden hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inzenden jij zou inzenden hij zou inzenden wij zouden inzenden jullie zouden inzenden zij zouden inzenden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingezonden hebben jij zou ingezonden hebben hij zou ingezonden hebben wij zouden ingezonden hebben jullie zouden ingezonden hebben zij zouden ingezonden hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zend in
|