NL: invriezenSynoniemen: bevriezen
DE: invriezen (laten bevriezen): einfrieren, frieren
EN: invriezen (laten bevriezen): freeze
FR: invriezen (laten bevriezen): surgeler, congeler, geler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingevroren
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vries in jij vriest in hij vriest in wij vriezen in jullie vriezen in zij vriezen in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingevroren jij hebt ingevroren hij heeft ingevroren wij hebben ingevroren jullie hebben ingevroren zij hebben ingevroren
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vroor in jij vroor in hij vroor in wij vroren in jullie vroren in zij vroren in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingevroren jij had ingevroren hij had ingevroren wij hadden ingevroren jullie hadden ingevroren zij hadden ingevroren
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal invriezen jij zult invriezen hij zal invriezen wij zullen invriezen jullie zullen invriezen zij zullen invriezen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingevroren hebben jij zult ingevroren hebben hij zal ingevroren hebben wij zullen ingevroren hebben jullie zullen ingevroren hebben zij zullen ingevroren hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou invriezen jij zou invriezen hij zou invriezen wij zouden invriezen jullie zouden invriezen zij zouden invriezen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingevroren hebben jij zou ingevroren hebben hij zou ingevroren hebben wij zouden ingevroren hebben jullie zouden ingevroren hebben zij zouden ingevroren hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
invries
|