NL: investerenSynoniemen: aandelen kopen, beleggen, steken in, inhuldigen
DE: investieren, anlegen, investierenin
EN: invest
ES: invertir
FR: investir, placer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïnvesteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik investeer jij investeert hij investeert wij investeren jullie investeren zij investeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïnvesteerd jij hebt geïnvesteerd hij heeft geïnvesteerd wij hebben geïnvesteerd jullie hebben geïnvesteerd zij hebben geïnvesteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik investeerde jij investeerde hij investeerde wij investeerden jullie investeerden zij investeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïnvesteerd jij had geïnvesteerd hij had geïnvesteerd wij hadden geïnvesteerd jullie hadden geïnvesteerd zij hadden geïnvesteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal investeren jij zult investeren hij zal investeren wij zullen investeren jullie zullen investeren zij zullen investeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïnvesteerd hebben jij zult geïnvesteerd hebben hij zal geïnvesteerd hebben wij zullen geïnvesteerd hebben jullie zullen geïnvesteerd hebben zij zullen geïnvesteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou investeren jij zou investeren hij zou investeren wij zouden investeren jullie zouden investeren zij zouden investeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïnvesteerd hebben jij zou geïnvesteerd hebben hij zou geïnvesteerd hebben wij zouden geïnvesteerd hebben jullie zouden geïnvesteerd hebben zij zouden geïnvesteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
investeer
|