FR: inventorier| Participe Passé |
|
inventorié
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je inventorie tu inventories il; elle inventorie nous inventorions vous inventoriez ils; elles inventorient
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai inventorié tu as inventorié il; elle a inventorié nous avons inventorié vous avez inventorié ils; elles ont inventorié
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
j`inventoriais tu inventoriais il; elle inventoriait nous inventoriions vous inventoriiez ils; elles inventoriaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais inventorié tu avais inventorié il; elle avait inventorié nous avions inventorié vous aviez inventorié ils; elles avaient inventorié
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
j`inventoriai tu inventorias il; elle inventoria nous inventoriâmes vous inventoriâtes ils; elles inventorièrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus inventorié tu eus inventorié il; elle eut inventorié nous eûmes inventorié vous eûtes inventorié ils; elles eurent inventorié
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
j`inventorierai tu inventorieras il; elle inventoriera nous inventorierons vous inventorierez ils; elles inventorieront
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai inventorié tu auras inventorié il; elle aura inventorié nous aurons inventorié vous aurez inventorié ils; elles auront inventorié
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
j`inventorie tu inventories il; elle inventorie nous inventoriions vous inventoriiez ils; elles inventorient
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie inventorié tu aies inventorié il; elle ait inventorié nous ayons inventorié vous ayez inventorié ils; elles aient inventorié
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
j`inventoriasse tu inventoriasses il; elle inventoriât nous inventoriassions vous inventoriassiez ils; elles inventoriassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse inventorié tu eusses inventorié il; elle eût inventorié nous eussions inventorié vous eussiez inventorié ils; elles eussent inventorié
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
j`inventorierais tu inventorierais il; elle inventorierait nous inventorierions vous inventorieriez ils; elles inventorieraient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais inventorié tu aurais inventorié il; elle aurait inventorié nous aurions inventorié vous auriez inventorié ils; elles auraient inventorié
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) inventorie, (nous) inventorions (vous) inventoriez
|