Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

invallen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: invallen
Synoniemen: binnendringen, instorten, meespelen, binnenvallen, inzinken, inzakken, vervangen

DE: vertreten, einfallen, einspringen
EN: substitute, deputize
ES: reemplazar a alquien
FR: remplacer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
ingevallen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik val in
jij valt in
hij valt in
wij vallen in
jullie vallen in
zij vallen in
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb ingevallen
jij hebt ingevallen
hij heeft ingevallen
wij hebben ingevallen
jullie hebben ingevallen
zij hebben ingevallen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik viel in
jij viel in
hij viel in
wij vielen in
jullie vielen in
zij vielen in
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had ingevallen
jij had ingevallen
hij had ingevallen
wij hadden ingevallen
jullie hadden ingevallen
zij hadden ingevallen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal invallen
jij zult invallen
hij zal invallen
wij zullen invallen
jullie zullen invallen
zij zullen invallen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal ingevallen hebben
jij zult ingevallen hebben
hij zal ingevallen hebben
wij zullen ingevallen hebben
jullie zullen ingevallen hebben
zij zullen ingevallen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou invallen
jij zou invallen
hij zou invallen
wij zouden invallen
jullie zouden invallen
zij zouden invallen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou ingevallen hebben
jij zou ingevallen hebben
hij zou ingevallen hebben
wij zouden ingevallen hebben
jullie zouden ingevallen hebben
zij zouden ingevallen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
val in

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/invallen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English