NL: invallenSynoniemen: binnendringen, instorten, meespelen, binnenvallen, inzinken, inzakken, vervangen
DE: vertreten, einfallen, einspringen
EN: substitute, deputize
ES: reemplazar a alquien
FR: remplacer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingevallen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik val in jij valt in hij valt in wij vallen in jullie vallen in zij vallen in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingevallen jij hebt ingevallen hij heeft ingevallen wij hebben ingevallen jullie hebben ingevallen zij hebben ingevallen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik viel in jij viel in hij viel in wij vielen in jullie vielen in zij vielen in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingevallen jij had ingevallen hij had ingevallen wij hadden ingevallen jullie hadden ingevallen zij hadden ingevallen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal invallen jij zult invallen hij zal invallen wij zullen invallen jullie zullen invallen zij zullen invallen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingevallen hebben jij zult ingevallen hebben hij zal ingevallen hebben wij zullen ingevallen hebben jullie zullen ingevallen hebben zij zullen ingevallen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou invallen jij zou invallen hij zou invallen wij zouden invallen jullie zouden invallen zij zouden invallen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingevallen hebben jij zou ingevallen hebben hij zou ingevallen hebben wij zouden ingevallen hebben jullie zouden ingevallen hebben zij zouden ingevallen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
val in
|