NL: intimiderenSynoniemen: afschrikken, bang maken, ringeloren, terroriseren, tiranniseren
DE: terrorisieren, einschüchtern, tyrannisieren
EN: terrorize, intimidate, bully, startle, badger, frighten, overawe, browbeat
ES: intimidar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïntimideerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik intimideer jij intimideert hij intimideert wij intimideren jullie intimideren zij intimideren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïntimideerd jij hebt geïntimideerd hij heeft geïntimideerd wij hebben geïntimideerd jullie hebben geïntimideerd zij hebben geïntimideerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik intimideerde jij intimideerde hij intimideerde wij intimideerden jullie intimideerden zij intimideerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïntimideerd jij had geïntimideerd hij had geïntimideerd wij hadden geïntimideerd jullie hadden geïntimideerd zij hadden geïntimideerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal intimideren jij zult intimideren hij zal intimideren wij zullen intimideren jullie zullen intimideren zij zullen intimideren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïntimideerd hebben jij zult geïntimideerd hebben hij zal geïntimideerd hebben wij zullen geïntimideerd hebben jullie zullen geïntimideerd hebben zij zullen geïntimideerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou intimideren jij zou intimideren hij zou intimideren wij zouden intimideren jullie zouden intimideren zij zouden intimideren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïntimideerd hebben jij zou geïntimideerd hebben hij zou geïntimideerd hebben wij zouden geïntimideerd hebben jullie zouden geïntimideerd hebben zij zouden geïntimideerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
intimideer
|