Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

interrumperen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: interrumperen
Synoniemen: in de rede vallen, tussenkomen, tussenbeikomen, interveniëren, interfereren, ingrijpen, bemiddelen, onderbreken

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geïnterrumpeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik interrumpeer
jij interrumpeert
hij interrumpeert
wij interrumperen
jullie interrumperen
zij interrumperen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geïnterrumpeerd
jij hebt geïnterrumpeerd
hij heeft geïnterrumpeerd
wij hebben geïnterrumpeerd
jullie hebben geïnterrumpeerd
zij hebben geïnterrumpeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik interrumpeerde
jij interrumpeerde
hij interrumpeerde
wij interrumpeerden
jullie interrumpeerden
zij interrumpeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geïnterrumpeerd
jij had geïnterrumpeerd
hij had geïnterrumpeerd
wij hadden geïnterrumpeerd
jullie hadden geïnterrumpeerd
zij hadden geïnterrumpeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal interrumperen
jij zult interrumperen
hij zal interrumperen
wij zullen interrumperen
jullie zullen interrumperen
zij zullen interrumperen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geïnterrumpeerd hebben
jij zult geïnterrumpeerd hebben
hij zal geïnterrumpeerd hebben
wij zullen geïnterrumpeerd hebben
jullie zullen geïnterrumpeerd hebben
zij zullen geïnterrumpeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou interrumperen
jij zou interrumperen
hij zou interrumperen
wij zouden interrumperen
jullie zouden interrumperen
zij zouden interrumperen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geïnterrumpeerd hebben
jij zou geïnterrumpeerd hebben
hij zou geïnterrumpeerd hebben
wij zouden geïnterrumpeerd hebben
jullie zouden geïnterrumpeerd hebben
zij zouden geïnterrumpeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
interrumpeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/interrumperen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English